Charles is opgegroeid in Den Haag en verhuisde op vijftienjarige leeftijd vanwege het werk van zijn vader naar Smilde. Hij trouwde met Janet, uit Hoogersmilde. Ze kregen twee kinderen: een zoon en dochter, Camille en Joyce. Charles en Janet hebben drie kleinkinderen en een achterkleinkind.
Politieke carrière
Charles is raadsnestor. Hij is al meer dan veertig jaar onafgebroken raadslid. “Ik wilde stoppen na veertig jaar. Maar toen kwam de nieuwe fractie. Tel daarbij op het politieke klimaat in Midden-Drenthe. Dat waren voor mij redenen om te blijven. Het is soms ook makkelijk om kennis bij de hand te hebben. Ik wilde alleen geen fractievoorzitter zijn. Het was tijd om een stapje terug te doen.” Charles is even stil en vervolgt dan: “Soms is het wel lastig. Dan denk ik: oh, oh, even terugschakelen. Maar ik wilde van een stukje verantwoordelijkheid af. Ik wil me meer richten op adviseren van de fractie. Ik deed dus een stap naar achteren.” De komende raadsperiode is Charles wel van plan af te maken. “Anders voelt het als kiezersbedrog. Dan had ik dat al tijdens de verkiezingsperiode kenbaar moeten maken.” Charles omschrijft Gemeentebelangen als een hechte club. “Ondanks het verleden zijn we hecht. Je moet ergens overheen kunnen stappen. We hebben een goede vorm gevonden voor onze fractie. De oude fracties van Jannes en mij hadden veel overeenkomsten op onderwerpen, meer dan dat we van elkaar verschilden. Dat heeft heel erg geholpen. En Jannes en ik kunnen het privé ook goed vinden. We zijn generatiegenoten. Het heeft dus goed uitgepakt voor ons allebei. Open staan voor een ander is belangrijk.”
Hoe ben je in de politiek terechtgekomen?
Charles was negentien jaar. Hij was voorzitter van de sportvereniging in Smilde. “Er gebeurde iets rondom een locatie voor sport. Lang verhaal kort: toen ik twintig was stond ik voor de Raad van State om misstanden aan te kaarten en fouten van het gemeentebestuur.” Dat was de start van Charles’ politieke carrière. “Hoe het afliep? Ik kreeg op een paar puntjes gelijk, maar verder bracht het niks.”
Charles richtte Gemeentebelangen Smilde op. “Het heeft wel even geduurd hoor. Ik was met een man of vijf, zes. Ik zat nog op de HBS en later op de kweekschool.” Rond zijn dertigste richtte Charles de Onafhankelijke Partij Drenthe (OPD) op. Deze partij deed mee aan de Provinciale Staten verkiezingen. “De partij kreeg een zetel. Na vier jaar werden dat er twee en kwam ik in de staten. Ik bleef ook gemeenteraadslid. Zestien jaar ben ik statenlid geweest voor de OPD. Het was voor mij een mooie, drukke tijd.”
Waarom kies je voor een lokale partij en niet voor een landelijke partij?
“Een landelijke partij dicteert wat er moet gebeuren. De input komt van bovenaf. In een lokale partij verzamel je je eigen input. Je bent veel zelfstandiger in je doen en laten. En je bent rechtstreeks verantwoordelijk voor wat je doet. Je kunt je niet verschuilen achter een landelijke partij.”
Achtergrond
Als onderwijzer is Charles nooit aan de slag gegaan. Wel maakte hij de kweekschool af. “Ik heb negentien jaar lang een bedrijf gehad in onroerend goed. Tijdens mijn examens zat ik bij de notaris huizen te transporteren.”
Een paar jaar later wordt Charles rijexaminator bij het CBR. “Een zware opleiding. Het begon met een jaar studeren. Alle wetten uit je hoofd leren. Daarna moest je tweehonderd examens achterin meerijden. Daarna volgden er tweehonderd voorin. Een van de eisen was een hbo-achtergrond. En je moest financieel onafhankelijk zijn. Ik had mijn eigen bedrijf ook nog.” Charles examineerde in Assen, Meppel, Hoogeveen, Groningen, Winschoten en Emmen. “Mjin nummer was 768K. Ik weet het nog precies. Het werk vond ik prachtig. Ik deed acht of tien examens op een dag. Elk examen was een uitdaging of iemand zakte door de zenuwen of door onkunde. Ik had er schik in om dat uit te zoeken. En ik vond autorijden altijd een leuke aangelegenheid.”
Medezeggenschap
Bij het CBR werd Charles gevraagd in de ondernemingsraad te gaan. Zo kwam hij in aanraking met medezeggenschap. “Ik heb het gedaan. Het was goed de medezeggenschap te leren kennen. Wel was het veel werk. Ik moest elke week naar Rijswijk, omdat ik ook in de COR zat (de centrale ondernemingsraad). Zo leerde ik de vakbonden kennen. Maar ik ontwikkelde er een aversie tegen. Vakbonden hebben elk hun eigen stokpaardje, terwijl ze beter zouden kunnen samenwerken. Ik ging er dus tegenin. De bonden ook. We belandden in zwaar weer. Ik weet nog goed, het was 14 juli, dat er iets gebeurde. Voor mij was het toen klaar. Ik richtte een eigen vakbond op voor het CBR: het Gilde der Examinatoren. En deze bestaat nog steeds. Het is de grootste vakbond binnen het CBR.”
Wat Charles betreft, verdient de directeur van destijds een groot compliment. “Er was wederzijds respect. Ook nadat ik na vijfentwintig jaar stopte bij het CBR hield ik goed contact met Jos Vaessen.” Charles is even stil en vat die periode dan samen: “Destijds deed ik heel veel. Hoe drukker je het hebt, hoe productiever je bent.”
Verharding
“De maatschappij verhardt. Dat zie ik met lede ogen aan. De verschillen tussen arm en rijk worden steeds groter. Dat ligt niet alleen aan de politiek. Ook de situatie in de wereld draagt hieraan bij, en niet in positieve zin.” Over Europa zegt Charles: “Medespelers zijn tegenspelers geworden. Het is daarom moeilijk om echt een te worden. Dat vind ik erg jammer.”
Engeland
Charles heeft een zwak voor Engeland. “Engelsen zijn knettergek.” Hij heeft er veel gejaagd. “Ik schoot mijn eerste hert in Schotland. Ik herinner me een keer dat de veerboot uitviel door slecht weer. Toen werd er gezegd dat het vasteland geïsoleerd was. Dat vind ik een mooi voorbeeld van nationalisme.”
Auto’s
Charles vader kwam uit de autowereld. “Hij werkte voor de importeur van Jaguar. We woonden in Den Haag. Hij had contacten met alle ambassades. Kende veel mensen. Zo had hij contact met de heer Bischoff van Heemskerck, oud-stalmeester van het Koninklijk Huis. Dan kregen we vrijkaarten voor Prinsjesdag.” Toen Charles vijftien was, verhuisde het gezin naar Smilde. Zijn vader ruilde de Jaguars in voor Volvo’s. “Ik was hier (in Smilde) twee dagen, toen ik zei: ik ga hier nooit meer weg. Zo is het ook gegaan.”
Een paar korte vragen
Koffie of thee? “Koffie.” Bellen of appen? “Bellen.” Hond of kat? “Hond. Ik heb er veel gehad voor de jacht. Duitse staanders langhaar en korthaar, teckels, Jack Russels en een kruising tussen een Drentsche Patrijs en een heidewachtel (of kleine münsterländer).”
Wat wilde je worden toen je kind was?
Als kind al wilde Charles jager worden. “Ik was een jaar of vier, vijf, toen ik met mijn vader meeging op jacht. Ik houd van de natuur. Ik ben gek op dieren. Kan niet tegen dierenleed. Wist je dat de wolf hier heel dichtbij zit, op nog geen vijfhonderd meter? Ik kan me er boos over maken dat er mensen zijn, die hun schouders ophalen als er weer een dier wordt aangevreten, en dan zeggen: de boer krijgt het toch vergoed. Dat vind ik echt een belachelijk uitgangspunt. Daarbij komt dat zo’n dier tot vierentwintig uur kan blijven leven, terwijl je weet dat het dood gaat.” Charles jaagt al bijna zijn hele leven. “Mijn favoriete hond was Dymstra, een kruising tussen een Drentsche Patrijs en een heidewachtel. Na haar vijftiende was ze stokdoof. Maar ondanks dat bleef ik haar meenemen op jacht. We hadden een gebarentaal ontwikkeld. Met handgebaren kwamen we een heel eind. Toen ze uiteindelijk niet meer kon, heb ik haar moeten laten inslapen.”
Wat was je favoriete vak op de middelbare school?
“Nederlands. Zowel de taal als de literatuur. Na de kweekschool heb ik nog een jaar Nederlands gestudeerd. Ik was goed in talen.” Ook geschiedenis had de interesse van Charles. “Ik heb zelfs nog een beetje geschiedenis gestudeerd. En ik was erg geïnteresseerd in Engeland. Dat boeide me gewoon. In Den Haag had ik een leraar geschiedenis, Linthorst heette hij. Een klein mannetje. Hij zei: mensen opgelet. De geschiedenis wordt regelmatig vervalst. Hij vertelde het verhaal van Jan van Schaffelaar, die op 16 juli 1482 van de kerktoren van Barneveld zou zijn gesprongen om het leven van zijn kameraden te redden. Maar sprong hij of werd hij geduwd? Trek je eigen conclusies was wat hij ons probeerde te vertellen.”
Op wie ben je het meest trots?
Charles is heel trots op zijn vrouw. “Janet heeft al mijn onhebbelijkheden met de mantel der liefde bedekt en dat doet ze nog steeds. We zijn sinds 1968 getrouwd. We hebben het heel fijn samen.”
Welke persoon zou je graag nog eens willen ontmoeten?
“Sjang van Deursen, de oude jachtopziener. Sjang is een verbastering van het Franse Jean. Hij kwam uit De Peel. Hij heeft mij alles geleerd over dieren in de natuur. Hij had alleen een afwijking: hij heeft alles gegeten uit de natuur. Honden, katten, slangen, reigers. Noem maar op. Hij vond dat lekker. Ik heb zelf ook ooit een stukje hond en kat geproefd. Dat was heerlijk. Sjang is al lang geleden overleden. Hij was een buitengewoon interessant persoon.”
Welk boek heeft een belangrijke invloed op je gehad?
“Shakespeare sprak me erg aan. Daar heb ik veel van gelezen. Maar ik herinner me uit mijn jeugd ook nog veel boeken: ‘Dokter Vlimmens’, van Anton Roothaert, en ‘Vlimmens tweede jeugd’ en dan was er nog een derde boek, daar herinner ik me de naam niet van. Ik vond het prachtige boeken. En de cyclus van A.M. de Jong. En ‘Lady Chatterley’s Lover’ van de Engelse schrijver D.H. Lawrence.” Ook Anne de Vries behoort tot de favoriete schrijvers van Charles. “Bartje kent iedereen, maar ik vond ‘De man in de jachthut’ zijn mooiste boek. En ik las ook graag zijn verzetsboeken.”
Heb je ooit een (grote) blunder begaan?
“Blunders maak ik elke dag. Maar bij blunders denk ik ook aan vertrouwen in iemand stellen, terwijl je dat beter niet kan doen. Dat is een stukje levensfilosofie van mij. En een regelmatig terugkerende valstrik. Ik geef vertrouwen tot het tegendeel blijkt. Want begin je met wantrouwen, dan heb je zelf geen leven. Ongeacht eerdere ervaringen.”
Hoe breng je je vrije tijd het liefst door?
“We hebben de caravan moeten verkopen vanwege de gezondheid van mijn vrouw. We gingen heel Europa door. We zijn veel in Scandinavië geweest. Noorwegen is onze favoriet. Wat een prachtig land. De laatste jaren vieren we onze vakanties in Nederland. We hebben in Denekamp een boerencamping gevonden met een appartement. Het is een kleine camping met fantastische mensen. En er is viswater in de buurt.”
Over de jacht: ben je nog actief als jager?
Charles is nog steeds actief als jager. “Ik ben 82 en ik jaag nog steeds. Mijn kleinzoon Jorian wordt mijn opvolger. Hij is ook een natuurmens. Hij is stapelgek met beesten. Hij heeft een kindje van een jaar, Julian. Wij zijn dus overgrootouders. Ik vind het fantastisch om mee te maken, ook voor Janet. Zo’n kleintje brengt veel vreugde.”

Wat is je favoriete plekje in Midden-Drenthe?
Het gebied van het Drents Landschap achter de televisietoren in Hoogersmilde is favoriet bij Charles.
Wil je nog wat kwijt?
“Als je wat wilt? Doe er wat aan. Laat je stem horen. Ga stemmen. Sluit je aan bij een politieke partij. Daarom zit ik dus al zo lang in de politiek. Doe er wat aan, is mijn motivatie.”
Datum interview: 15 september 2026 (Prinsjesdag)
